Schutterij Sint Martinus Maasbree 

De gemeente Maasbree bestaat uit de dorpen Baarlo en Maasbree. Deze twee plaatsen kennen een geheel eigen geschiedenis, al was in beide dorpen de landbouw en veeteelt het belangrijkste bestaansmiddel. Baarlo beschikte over vruchtbare kleigrond en ligt aan de Maas, Maasbree over zandgrond. Baarlo wordt voor het eerst vermeld in een schriftelijk stuk uit 1219. Maasbree was vroeger een heerlijkheid. De Heren van Breda woonden op Huys Aerschen (of de Plaats genoemd). Op deze plek staat nu de boerderij De Plaats. Het dorp Bree (Maasbree) wordt voor het eerst genoemd in 1240, waarbij Diederik, Heer van Altena, vele rechten schonk aan de monniken van het pas gestichte klooster Sint Elisabethsdal bij Nunhem. Ook in Bree had heer Diederik bepaalde rechten die hij aan de kloosterlingen gaf, onder andere een derde deel van de gehele korentiende en het recht om een persoon voor te dragen die in Bree het pastoorsambt mocht gaan bekleden. Het bestuur van het dorp werd, zoals reeds vermeld, tot de komst van de Fransen in 1978 gevormd door de Schepenbank. Aan het hoofd hiervan stond een schout, die door de Heer benoemd werd. Wat Bree betreft kwam dit recht, evenals de andere heerlijke rechten achtereenvolgens toe aan de graaf (later hertog) van Gelre, de hertog van Bourgondië en de koning van Spanje. In 1673 kocht de Heer van Arcen, die door erfenis in het bezit van Huis Bree gekomen was, deze rechten van de Spaanse koning. Tot de Franse tijd functioneerden beide dorpen los van elkaar. Ieder dorp had zijn eigen bestuursorgaan.

 

Maasbree en Baarlo behoorden bij het Overkwartier van Gelre of Spaans Opper-Gelre. Tijdens de Spaanse Successieoorlog rond 1702 werd het gebied door Pruisische troepen bezet, en zo bleef het als deel van Pruisisch Opper-Gelre ongeveer een eeuw lang Duits (tot 1814).

De schutterij

In de wintermaanden van 1885 op 1886 kwamen enkele jongelieden van Maasbree bijeen om te komen tot oprichting van een schutterij. De bijeenkomsten werden gehouden bij de toenmalige veldwachter L. Smits (Ook wel Linske genoemd) en na veel besprekingen kwam men tot de conclusie dat men aan de op te richten schutterij ook een ziekenfonds moest verbinden. Schieten en het gezamenlijk dragen van lasten, verbonden aan ziekte lijkt in onze moderne tijd met alle mogelijke sociale voorzieningen een vreemde combinatie. Men zou zelfs de Maasbreese schutten ervan gaan verdenken, dat zij zodanig gevaarlijk met het schietijzer omgingen dat de oprichting van een ziekenfonds noodzakelijkerwijs aan de schutterij verbonden moest worden, wilde men het ledental op peil houden. Toch hadden koster Louis Vaessen en zijn medeoprichters het in 1886 niet zo slecht bekeken. Zij wisten het aangename met het nuttige te verenigen. Wie in die jaren door ziekte of ongeval getroffen werd, werd daarmee meestal gevoelig in zijn inkomsten geraakt. Dankzij de schutterij kreeg men echter ziekengeld: Rond 50 cent per dag in de zomermaanden, een dubbeltje minder in de wintermaand. De leden stortten een gros (6 cent) per week. Andere inkomsten had de schutterij door het jaarlijkse onderdak (en klandizie) te verpachten aan de meestbiedende en deze verpachting was soms wel 1.000,00 gulden. Het was de Breetse kasteleins dus heel wat waard de schutten over de vloer te krijgen.

 

De officiële oprichting vond plaats 1 juli 1886. Het eerste bestuur bestond uit Louis Vaessen (voorzitter), Jean Berkers (secretaris), Joh. Hermans (penningmeester), Jean Grubben, Jos Vaessen en Mart Berden. Bij de oprichting bestond de schutterij uit 65 leden. Het eerste Koningsvogelschieten had op 17 mei (dus voor de oprichtingsdatum) plaatsgevonden. G. Vaessen was de eerste schut die tot koning ‘gekroond’werd.

 

Schieten dient geoefend te worden, vandaar dat de Maasbreese schutten de eerste jaren niet erg succesvol deelnamen en men pas in 1904 het eerste zilver binnen ”schiet” op een concours in Horst. Nadat de schutten zich voorheen moeten” behelpen” met de schietbomen van de oude schutterijen krijgen zij in 1908 vergunning voor het oprichten van een schietboom op een perceel aan het ”kanaal”. In 1911 wordt het heuglijke feit herdacht dat de schutterij 25 jaar bestaat. Als hoogtepunt van dit jubileumfeest besluit men een ”groot Oud Limburgsch schuttersfeest” te organiseren. Dit vindt plaats op 9 juli en men hoopt dat dan”de tram in staat gesteld is de talrijke bezoekers naar Bree te vervoeren”. Deze illusie ging echter in rook op, want door het enorm gekrakeel rond de tram ging deze pas in 1912 rijden. In 1914 breekt de Eerste Wereldoorlog uit en de vier volgende jaren doet men het rustig aan en de lust tot schieten ebt langzaam weg. Rond 1921 is de schutterij totaal vervreemd van de schietbomen en was het meer een gezelligheidsvereniging geworden, die teerde op het goede geld, opgebracht door de kasteleins en de pachters van het landerijenbezit (bouwlanden in de Dorperbemd, Vlasrooth). Ondertussen werden echter de zieken ook niet vergeten.

 

Was het animo om te schieten in voorgaande jaren afgenomen, op het eind van de 19e eeuw herleeft het schutterswezen in het Limburgse land. “Het is vermaak, dat zoo recht in den smaak van het volk valt”. Voor zover het geen aanleiding geeft tot grove misbruiken verdient het aanmoediging. De schuttersgilden immers dragen, indien zij het godsdienstig karakter niet verloren hebben, veel bij tot opluistering van processies en zijn bij begrafenissen, zoo er orde heerscht, vooral indrukwekkend. Daarboven is het eene zeer onschuldige oefening, die mocht ooit het Vaderland door een vijand worden aangevallen, zal blijken niet geheel doelen nutteloos te wezen. Het Godsdienstige aspect, zoals geciteerd, liet Sint Martinus niet verloren gaan en kreeg een eigen cachet op 11 november; naamfeest van Sint Martinus, die begon met een H. Mis, waarna de ” teerdag” werd voortgezet in de vele etablissementen die Maasbree rijk was, evenzeer een goede gewoonte

 

In 1921 kreeg een aantal wakkere leden echter heimwee naar het knallen der schoten en de reuk van polver. Zij richtten een schietvereniging op met de toepasselijke naam ”Volharding”, hoewel de meeste leden daarbij toch trouw bleven aan ’t vaandel van Sint Martinus. Deze fiere houding heeft toch z’n vruchten afgeworpen, want in 1946 is ook in de gelederen van Sint Martinus de zware buks weer gaan knallen en had men twee korpsen op de schuttersfeesten. Koningen zijn dan in de volgende jaren de schutters van ”Volharding””, terwijl Sint Martinus zich vooral bezig houdt met ziekenfondszaken. Ook aan Bondsfeesten en het OLS wordt deelgenomen, naast de kleinere schuttersconcoursen.

 

In 1936 herdenkt de vereniging haar 50-jarig bestaan. In 1939 koopt men een zilveren Koningsketting en een nieuw schild ter herdenking van dit heuglijke feit. Weer vertroebelen de Europese sferen. Hitler begint een waanzinnige oorlog, die ook de activiteiten van de schutterijen lam legt. De wapens moeten ingeleverd worden.

 

Vanaf 1946 herleeft de ” fiere houding der rechtgeaarde schutten” en begint men ook in de gelederen van Sint Martinus weer te knallen. In 1953 waren de broeders van Sint Martinus weer zodanig weerbaar en in macht gegroeid dat dan” Volharding” zich voor een fusie niet hoefde te schamen en men weer eendrachtig schoot op de schietbomen, in Maasbree en elders fuseerde men weer. Men heeft toen tevens deze gelegenheid aangegrepen om de schutterijzaken te scheiden van de ziekenfondsen, over welke afdelingen een afzonderlijk bestuur met eigen beheer van financiële middelen werd benoemd. In 1958 behaalde Schutterij Sint Martinus op het Oud Limburgs Schuttersfeest te Oirsbeek de negende prijs.

 

Door de oprichting van een drumband in 1953 kon Sint Martinus met een echt korps vooraf met klaroengeschal aantreden op de schuttersfeesten. De band tussen trommelkorps (de drumband) en schutterij is altijd zeer goed gebleven.

 

Om de financiële problemen op te lossen vond men een nieuwe bron van inkomsten. OMA komt voortaan ieder jaar in Maasbree. OMA is het ophalen van Oude Materialen: oud ijzer, koper, lood, lompen enz. De eerste actie is een succes, zodat men al in hetzelfde jaar overgaat tot aanschaf van nieuwe uniformen.

 

In 1961 bestond Sint Martinus 75 jaar, burgemeester Schols van Maasbree werd schutterskoning. Dit feest werd gevierd met een ”grandioos” schuttersfeest, gehouden op het voetbalveld. Het weer echter was miserabel, het regende aanhoudend.

 

In 1966 moest de schutterij verhuizen van Linssen naar Daniëls (Sevenumseweg), omdat de kogels op de provinciale weg vielen. Op 19 april 1966 plaatste Sint Martinus twee schietboominrichtingen aan de Sevenumseweg.

 

In 1970 werden nieuwe uniformen aangeschaft en een jaar later ook een splinternieuwe buks. In 1972 leverde dat resultaat op, Sint Martinus Maasbree behaalde op het Oud Limburgs Schuttersfeest te Ubachsberg een tweede prijs.

 

In 1973 richtte men het nieuwe schietterrein in met 8 schietbomen en een lokaal, ”de schutterskiët”. Deze opening werd gevierd met een uitbundig feest. Burgemeester Defesche schoot de nieuwe harken in op 18 augustus 1973 en de dag erop organiseerde Sint Martinus het eerste Bondsschuttersfeest op het nieuwe schietterrein.

 

In 1975 kreeg de kas van de schutterij een nieuwe impuls: men organiseerde een jaarlijks ”schietfestijn” voor drietallen, die gevormd worden door plaatselijke verenigingen, buurtverenigingen, families, vriendenclubs e.d. , waaraan in grote getale werd deelgenomen door de bevolking. Voorbij waren de tijden dat men krap bij kas zat.

 

In mei 1978 stak men zich opnieuw geheel in het nieuw en er kwam ook een nieuw vaandel. Op 3 mei 1979 gebeurde er iets merkwaardigs binnen de schutterij, het eerste vrouwelijke lid werd toegelaten.

 

In 1985 kende de vereniging weer een hoogtepunt in haar lange historie. De ”kiët ” heeft plaats gemaakt voor een prachtig ”schutterslokaal” , ontstaan door noeste arbeid van vooral de oud leden. Tot op heden maakt Sint Martinus nog steeds gebruik van dit lokaal. Alleen kan men al jaren geen wedstrijden meer houden op het huidige schuttersterrein omdat de grondeigenaren van het schootsveld hier geen toestemming meer voor geven. Er is in 2003 een kogelvanger geplaatst, maar omdat de gemeente de gronden opeist in verband met de uitbreiding van het industrieterrein is verplaatsing noodzakelijk geworden. De schutters worden na 30 jaar van dit schietterrein verjaagd, een jammerlijke ontwikkeling. Sinds 2009 heeftmen weer de beschikking over een nieuwe schuttersweide.

 

Jaarlijks houdt Sint Martinus tot op heden haar ”Koningsvogelschieten” en werden/worden schuttersfeesten in het Limburgse bezocht. Naast het prijsschieten in de regio neemt men deel aan de grote schuttersfeesten, zoals het Oud Limburgs Schuttersfeest. Om de onderlinge band te versterken worden er tevens binnen de schutterij allerlei evenementen georganiseerd zoals: de onderlinge wintercompetitie windbuksschieten - maedjesdaag (op deze dag worden alle echtgenotes uitgenodigd en in de watten gelegd)- uitwisselingen met andere schutterijen en worden tussendoor bezoeken gebracht aan schietwedstrijden.

 

Op dit moment heeft Sint Martinus nog 45 leden. Uitbreiding hiervan is moeilijk, zeker omdat het

”verenigingsschieten” door een gebrek aan een schootsveld niet meer mogelijk is. Hierdoor moet men niet alleen een jaarlijkse financiële injectie missen, maar nog erger is het feit, dat de afstand tussen bevolking en schutterij steeds groter wordt. Met het oog op de huidige ontwikkelingen in Maasbree ziet de toekomst er voor Sint Martinus echter wat rooskleuriger uit. Wat in al die jaren opgebouwd is mag nooit verloren gaan voor de gemeenschap. Lang leve de schutterijen. Lang leve Sint Martinus.